Voormalige woonwagenbewoners, nu in woningen, doen hun verhaal
De familie Hanstein: ‘We hebben een mooie woning gekregen,
maar kunnen er moeilijk wennen’
Berkel en Rodenrijs - Het verhaal in de Heraut van 1 juli 2009 over de terugkeer van
de bewoners naar het gerenoveerde woonwagencentrum heeft nogal voor wat vraagtekens gezorgd bij de bewoners die ook al jaren aan de Meerweg woonden en nu in een woning terecht zijn gekomen. Hun was iets anders beloofd, zeggen ze.
John Hofman
Op het gerenoveerde woonwagencentrum zouden de bewoners terugkeren die eerder op het centrum woonden. “Al lang voor de renovatie hebben wij aan burgemeester en wethouders (vorige colleges, red.) gevraagd om het centrum uit te breiden naar 15 staanplaatsen (het waren en zijn er 7, red.) omdat onze kinderen ook graag op het centrum wilden gaan wonen. En dat was volgens de gemeente mogelijk”, vertelt mevrouw Hanstein-Massing. Afgezien van een korte onderbreking stond ze al jaren op het oude centrum. “Ik heb zelfs nog op het kamp aan de Boezem gestaan”, zegt ze. Nu zitten we met enkele gezinnen in woningen aan de Lindenlaan en dat zijn we niet gewend.
Wij zijn echte zigeuners, ‘Sinti’ zoals dat heet. Die moeten ze niet in woningen stoppen.” De gemeente heeft volgens mevrouw Hanstein destijds beloftes gedaan die niet zijn nagekomen. “Het centrum zou worden uitgebreid naar 15 plaatsen plus 2 plaatsen voor de ‘doortrekkers’. Dat is niet doorgegaan. Ik heb noodgedwongen mijn plaats afgestaan voor onze zoon omdat er geen uitbreiding kwam ondanks de belofte dit wel te doen. Hij staat nu op onze plek en dat heb ik met liefde gedaan. Toch gaat mijn hart uit naar een woonwagen. Ik ben de burgemeester dankbaar, maar ik zou er graag ook naar terug willen. We hebben een mooie woning gekregen, maar kunnen er moeilijk wennen. De mensen in de straat zien ons toch als woonwagenbewoners of zigeuners. We leven anders. We leven bijvoorbeeld veel buiten, hebben regelmatig een barbecue. Onze kinderen zijn wat luidruchtig met buiten spelen. Met sommige bewoners in de straat kunnen we heel goed overweg en anderen zien ons liever weer gaan. Reden: omdat wij zigeuners zijn.. De gemeente heeft eerder een voorstel gedaan om nog een tweede centrum te realiseren. Terug naar de Boezem bijvoorbeeld, zouden we geweldig vinden.
We moesten daar toen weg. Nu grazen er al die jaren al een paar schapen. We hoeven niet zo nodig in de bewoonde wereld te wonen. Ze hebben het altijd maar over integratie. Nou, we zijn voldoende geïntegreerd. We spreken de Nederlandse taal, doen onze boodschappen in Berkel en onze kinderen gaan er op school, dus net zo als de ‘gewone’ burger.”
“In het vorige verhaal in de Heraut zegt wethouder den Uil dat hij nog geen klachten heeft gehad over de verkeerssituatie op de Meerweg. Dat klopt niet, want we hebben al meerdere malen ons ongenoegen geuit over de snelheden waarmee automobilisten langs het centrum rijden. De woordvoerder van het centrum, Steef Hanstein heeft toen oplossingen aangedragen. Hij heeft om verkeersdrempels en borden met 30km zone gevraagd. Is de wethouder dat vergeten? Hij heeft eerder gezegd dat als het langsrijdende verkeer gedwongen moet worden om langzamer te rijden, dit mogelijk is. Hij zei letterlijk: “Dat gaan we uitzetten bij de afdeling beheer en Onderhoud.” Dan over de ‘rommel op het kamp’. We hebben onze woningen/wagens altijd al gehuurd van de gemeente. De wethouder zegt zelf dat de gemeente lange tijd weinig of geen onderhoud op het centrum heeft gepleegd. Nu zegt hij dat de gemeente er steng op zal toezien dat het centrum schoon blijft. Het is toch openbaar terrein? Net zoals de straten? Nou, die behoort de gemeente schoon te houden. Hier gelden toch dezelfde regels als bij woningen in een straat? Volgens de bewoners ontving de gemeente ieder jaar fl 84.000, -- (ruim € 38.000, --) van het Rijk om wagens en terrein te onderhouden. “De gemeente heeft één jaar onderhoud gepleegd en daarna niet meer. Ambtenaren zag je zelden of nooit. Waar is al dat geld dan gebleven? Een slordige 1,7 miljoen! De wethouder zegt nu ook:”We hebben er als gemeente bewust voor gekozen het terrein in eigendom te houden.” Het is dus openbaar terrein.
Als bewoners hebben wij de verantwoording de wagens/woningen schoon en netjes te houden. Nu wonen wij in een straat en die wordt keurig schoon gehouden door de gemeente. Dan behoort ze toch ook het terrein op het centrum schoon te houden of zien we dat verkeerd?”
Mevrouw Hanstein-Massing is eerlijk als ze zegt dat haar woning ‘toppie’is.
Niets op aan te merken, maar “onze roots liggen nu eenmaal op het
woonwagenkamp.” Als we ons kopje thee hebben leeggedronken wil ze nog iets kwijt. “Wat ik helemaal triest vind is dat Herman Massing sr.(70) ook niet meer naar het centrum terug mocht gaan. Als een van de oudste bewoners heeft hij zijn plaats ook afgestaan aan een zoon. Zelf heeft hij alle jaren op het centrum, en ook aan de Boezem, gewoond en nu zwerft hij van de een naar de ander want hij kreeg geen woning. Ook hem was beloofd dat het centrum een uitbreiding zou krijgen. Alle beloftes zijn naar de prullenbak gegaan. Nogmaals, we willen gewoon terug naar een woonwagencentrum in Lansingerland. Maakt niet uit op welke plek. We blijven wel graag hier want hier zijn we eenmaal gewend en de kinderen gaan hier naar school.”
Reactie wethouder Jan den Uil:
Gevraagd om een reactie op bovenstaand verhaal, deelde wethouder Jan den Uil (CU) mee dat beloftes over meer staanplaatsen op het woonwagencentrum bij hem niet bekend zijn. “Althans niet door het huidige college.
Waarschijnlijk is er bij vorige colleges wel over gesproken, maar dat is misschien wel vele jaren geleden, dat is mij niet bekend. We hebben nu te maken met de gemeente Lansingerland, die ook een nieuw college heeft gekregen. Het huidige college van de gemeente Lansingerland heeft vanaf de allereerste besprekingen over het renoveren van het woonwagencentrum duidelijk gesteld dat er niet meer dan 7 legale staanplaatsen zouden komen.
Deze waren ook al aanwezig op het oude centrum. In de loop der jaren zijn er meer wagens/caravans op het centrum komen staan maar die stonden er in feite niet legaal en bovendien werd dit een gevaarlijke situatie. Duidelijk is tegen de bewoners die er al stonden gezegd, dat er maximaal 7 plaatsen zouden terugkomen. Er zijn toen enkele bewoners geweest die de keuze hebben gemaakt om hun staanplaats aan hun kinderen te vergeven en die bewoners wonen nu dus in een woning. De gemeente Lansingerland (de gemeenteraad, red.) heeft nooit de intentie gehad om een groter woonwagencentrum te realiseren. Zeven is echt het maximum”, aldus de wethouder.
Wat betreft de opmerkingen over het verkeer over de Meerweg, zei de wethouder dat er wel eens was gesproken over eventuele drempels, maar dat de gemeente dit zou laten onderzoeken zodra er veel klachten zouden komen over te snel rijden. “Er rijdt nu al beduidend minder verkeer over de Meerweg, aangezien dit geen doorgaande weg meer is.
Het verkeer dat er rijdt is meestal bestemmingsverkeer. Er zijn nu alternatieven zoals de Oostmeerlaan en de Oudelandselaan.”Wat betreft rommel op het kamp, wil de wethouder nog kwijt dat de plaatsen waarop de wagens staan, door de bewoners zelf moeten worden onderhouden, net zoals iemand rond zijn woning de tuin en het looppad onderhoudt. De gemeente zal de openbare ruimtes, zoals tussen de wagens en het speelplaatsje op het centrum, onderhouden zoals ze ook de openbare wegen en straten in Lansingerland onderhoudt, maar dat weten de bewoners ook. Den Uil:”Er is overigens nooit apart geld ontvangen door de gemeente voor het onderhoud van wagens en terrein. Dit is altijd uit de pot Algemene Middelen betaald.” Hij vindt het overigens positief te horen dat de bewoners die nu in een woning wonen, tevreden zijn met hun huisvesting. Dat ze heimelijk toch terug verlangen naar het woonwagencentrum kan hij ook wel begrijpen, maar er is toen een bewuste keuze gemaakt wie er zouden terugkeren. “En nogmaals, 7 staanplaatsen is en blijft het maximum aantal.”





